Jaarfeesten

De natuur speelt een grote rol in het schoolleven. Planten, dieren en stenen zijn in de school te vinden. Ook de omgeving met al zijn natuurschoon wordt verkend en er wordt veel gewerkt met natuurlijke materialen. In de klas staat een tafel met producten en figuren van het seizoen. Samen met andere klassen, en vaak ook met de ouders, worden de seizoensfeesten gevierd. Elk jaar komt op dezelfde tijd, hetzelfde feest met zijn rituelen terug. Het jaar is geen abstracte tijdseenheid, maar een ritmisch levend geheel, waar we deel van uitmaken. Het feit dat de feesten elk jaar op dezelfde wijze gevierd worden, geeft de kinderen vertrouwen en veiligheid. Dit zijn de feesten die we vieren:

September/oktober, Michaël
November, Sint Maarten
December, Sinterklaas
December, Advent
December, Kerst
Januari, Driekoningen
Januari, Maria Lichtmis
Februari, Carnaval
April, Palmpasen
April, Pasen
Juni, Pinksteren
Juni, Sint Jan


terug naar boven

Michaël

In de Michaëltijd wordt de nacht weer langer dan de dag, het donker rukt op. In deze tijd ontmoeten we vaak strijd, tegenslag en natuurgeweld. Velen kennen de neiging depressief te worden, mee te “sterven” met de natuur. Dat is niet nodig. De natuur geeft ons het goede voorbeeld en komt ons in onze behoeften tegemoet. Zeker, de natuur trekt zich dieper terug in de aarde, in rust, na een uitbundige zomertijd. Sommige planten sterven af, maar laten dan vruchten en zaden los waarbinnen in de kiem nieuw leven al gevormd is en goed beschut wacht op de lente. Wij kunnen ook aan onze kiem werken en ons naar binnen richten, innerlijk aan het werk gaan. Daar is moed en kracht voor nodig. Dit schenkt de natuur ons. De oogst die ons kracht en moed geeft om de donkere winter door te komen, maar ook het land bewerken en verzorgen doet ons die kracht voelen. Als alles buiten weer verzorgd is, maken we het gezellig en warm binnen. Wanneer alle blaadjes van de bomen zijn gevallen kunnen we, door de kale takken, de hemel weer zien. Daar kunnen we rust aan beleven en ons bewust worden van onszelf. Vanuit bewustzijn kunnen we om ons heen kijken en de ander zien. Dit blijft zeker in deze tijd een van de grootste uitdagingen voor ons mensen. Zo wordt de buitenkracht van zon en vrucht verinnerlijkt en straalt vervolgens weer door de mensen heen naar buiten.

Zo vieren we het Michaëlfeest bij ons op school...

In de school is een mooie oogsttafel waarvoor de kinderen groente en fruit meenemen. De kleuters maken in de klas prachtige zwierezwaaiers van dennenappels en gaan dan naar de heide om ze te zwieren en te zwaaien. Onderweg ontmoeten ze het appelvrouwtje van wie ze allemaal een appeltje krijgen. Daarna is er in de klas een mooi gedekte herfsttafel met zelf gebakken brood en drinken de kinderen bowl van het fruit dat ze hebben meegebracht.

De kinderen van de onderbouw doen spellen op de hei, in groepjes gevormd door kinderen uit klas 1 tot en met 5. De spellen worden samengesteld en begeleid door de kinderen van klas 6. Na de spellen komen de kinderen bij elkaar op de hei, vormen een grote kring en zingen over Michaël. Dan roffelen de trommels en verschijnt in de verte de draak. Hij komt naar kring en doet daar zijn drakendans. Per klas mag één koene ridder vervolgens proberen de draak met de ring te verslaan. Als de draak is verslagen, gaan de de kinderen terug naar de klas, eten daar drakenbrood of zwaardenbrood en drinken de fruit bowl.

 


terug naar boven

Sint Maarten

Op 11 november vieren we op school het feest van Sint Maarten. Het is de sterfdag van Martinus, bisschop van Tours (rond 400). Hij deelde als Romeins officier zijn mantel met een bedelaar bij de poort van de stad. Deze daad overdag krijgt een aanvulling in de nacht. Christus verschijnt in zijn droom. Onder invloed van dit visioen laat Martinus zich dopen en wordt later bisschop. Dit beleven van Sint Maarten vindt plaats bij de stadspoort. Binnen de muren van een stad leefde men in een totaal andere wereld dan daarbuiten op het land. De poort vormde de grens tussen die twee werelden. Doordat Martinus vanuit zichzelf deed wat hem op dat moment juist leek te zijn, maakte hij het mogelijk dat hij ook anderszins een drempelbeleven ervaarde: Het droomgezicht in de nacht gunt hem een blik in de wereld waarin men gewoonlijk niet zomaar toegang heeft. Het beleven van de grens met de wereld van het onzichtbare. Ook het overschrijden van die grens is karakteristiek voor november. Om ons heen zien we de afstervende natuur, in ons binnenste stellen wij ons open voor iets nieuws, voor het licht dat komen gaat met kerst. Op Sint Maarten trekken de kinderen met hun lantarens door de straten en het bos. Het is niet toevallig dat de lantarens versierd zijn met zon, maan en sterren. Het vlammetje kan alleen blijven leven als er een opening is naar boven toe, naar het rijk der sterren. Wat heeft Sint Maarten te maken met al die lichtjes? Bij het Michaëlfeest werd de wil en de moed aangemoedigd. Bij de wil om dingen aan te gaan, blijkt het nodig te zijn om naar jezelf te kijken. Daarbij wordt de blik naar binnen gericht. Dat begin is zo kwetsbaar en teer als een vlammetje dat flakkert bij het minste zuchtje wind. Als we dat lichtje bij ons brandend weten te houden, dan zal dat lichtje 3 weken later terugkeren in een andere vorm. Op de eerste advent staat die ene kaars te branden hoog en stil. Dat licht wordt steeds sterker totdat met kerst een warm lichtkleed geweven is voor de viering van de komst van het kerstkind.

Zo vieren we het Sint Maartenfeest bij ons op school...

De kleuters maken samen met papa of mama in de klas een mooie pompoen lantaarn. Als het ’s avonds donker is, komt iedereen naar school. Een pad van gekleurde, flakkerende lichtjes staat op het plein. Er zijn vuurkorven. Ouders vormen een haag bij de uitgang van de school en de kleuters komen in een lange optocht naar buiten begeleid door papa of mama. Met de pompoenlichtjes in de hand lopen de kinderen door het bos waar ze wat lekkers krijgen. Terug in de klas eten de kinderen ‘pannenstaart’. Sinte Maarten avond het water gaat door de Rijn, en als mijn moeder koekjes bakt zit ik er lekkertjes bij. Zit dan in een hoekje, krijg dan een stukje koekje, zit dan bij de haard, krijg dan een stukje je pannenstaart. In de aanloop naar Sint Maarten spelen de kleuters in de klas ook het spel van Sint Maarten die zijn halve mantel aan de bedelaar schenkt. Ze laten dit ook aan de ouders zien.

Ook in de lagere klassen van de onderbouw maken de kinderen lantaarns van pompoenen en knollen. De oudere kinderen helpen daarbij. Als het donker is gaan de kinderen van de eerste tot en met de derde klas naar de hei waar de zesde klas hutjes heeft gemaakt en ze bij ieder hutje iets lekker krijgen. De vierde en de vijfde klas maken in de klas een lantaarn en brengen een bezoek aan een ouderencentrum in de buurt van de school om daar mooie liederen te zingen. Op het schoolplein is er voor de ouders pompoensoep.

 


terug naar boven

Sinterklaas

Al ver voordat er sprake was van een Sinterklaasfeest, zelfs lang voor de kerstening, kende men de zegen brengende schimmelruiter, die rondging in de midwintertijd. Dat was Odin of Wodan, de oppergod van de Germaanse stammen. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen, dat zijn wieg in klein Azië stond en dat hij in 340 als bisschop Myra is overleden. In de verschillende legendes, die er over Sinterklaas bestaan, komt wel steeds terug, dat hij de mens redt uit de macht van het kwaad en hem de weg wijst naar God. Vandaar dat deze Heilige op zijn plaats is in de Advent, de voorbereidingsperiode op Kerstmis. Deze weg terug naar God kun je zien als een loutering, van het weren van het kwaad uit je innerlijk. Dit is terug te vinden in surprises en gedichten. Plagerig, een beetje spottend maken anderen ons op onze onhebbelijkheden attent. 

Sinterklaas brengt geschenken, rijdend over daken en wij leggen voedsel klaar voor het paard, zodat dat hij stil blijft staan. De geschenken komen van boven: de schoorsteen vormt de verbinding tussen hemel en aarde. Misschien herinneren de chocolade - en banketletters ons wel aan de runentekens en herinnert het strooien van pepernoten ons aan het zaaigoed, dat Odin moest zegenen. In andere landen bestaan er gelijksoortige feesten van dezelfde oorsprong. In België bestaat dezelfde Sinterklaas, maar hij rijdt op een ezel. In sommige delen van Italië brengt Sinte Lucia rijdend op een ezel op 8 december geschenken rond. In Zweden deelt Lucia van Bortsholm in de vroege ochtend van 13 december saffraanbrood uit. In Engeland verschijnt Sinterklaas op Kerstavond als Father Christmas. In Frankrijk en Duitsland brengt het kerstkind zelf in de kerstnacht de geschenken mee. In Rusland komt op 6 januari Baboesjka (grootmoedertje) langs. Ze is op weg naar het kerstkind en brengt dan elk kind een geschenkje. In Italië komt op 6 januari de heks Befania met geschenken en in Spanje leggen de Driekoningen zelf de geschenken neer.

Zo vieren we het Sinterklaasfeest bij ons op school...

In de kleuterklas wordt het verhaal van Sinterklaas verteld en de kinderen spelen ook het Sinterklaasspel. Op 5 december wordt het Sinterklaasfeest in de klassen gevierd met pakjes met een handgemaakt Sinterklaaskado. Eerder in de week zetten de kinderen hun schoen, waarin ze een mooi kadootje vinden.

Ook in de lagere klassen van de onderbouw wordt het Sinterklaasfeest gevierd met een mooi handgemaakt kado. Vanaf de vierde klas maken de kinderen voor elkaar een suprise met een gedicht. Op 5 december komen Sint en pieten op school en op bezoek in alle klassen.

 


terug naar boven

Advent

Advent betekent letterlijk “dat wat komt” en is daarmee de voorbereidingstijd voor kerstmis. Het is de tijd van verwachting en we staan open voor wat uit de hemel tot ons komt. De adventstijd begint de vierde zondag voor Kerstmis. De Germanen zagen deze tijd als een nieuw begin. De strijd met Michaël is beëindigd en de aarde is weer helemaal aarde. Seizoentafels die eerst helemaal bruin en oranje waren, de kleuren van de herfst, worden omgetoverd in het blauw van de verwachting van “dat wat komt”. 
Zo vieren we Advent bij ons op school...

Na de eerste adventszondag wordt op maandag de eerste advent gevierd. De adventskransen staan dan klaar in de klassen en in de zaal en voor de kleuters en lagere onderbouwklassen ligt in de klas de adventtuin. De adventtuin is een spiraal van dennentakken, die de hele oppervlakte van het lokaal bestrijkt. In het midden van deze spiraal staat een kaars. De ruimte is verduisterd en onder het zingen van adventsliedjes gaan de kinderen om beurten naar de kaars in het midden van de spiraal en steken hun eigen kaarsje aan. Deze tuin is het beeld voor de adventstijd waarin we naar binnen gaan, we verinnerlijken (inwikkelende spiraal) ons op onze weg naar het kerstlicht, naar het licht in het midden van de spiraal. De hogere klassen vieren Advent met elkaar in de zaal. Zij lopen geen adventstuin, maar nemen het licht van de kaarsen in de adventskrans mee naar hun eigen klas, nadat ze met elkaar naar een verhaal hebben geluisterd en adventsliederen hebben gezongen.

terug naar boven

Kerstmis en Driekoningen

De tijd voor Kerstmis is een louteringstijd, daarna kunnen we de geboorte van het kerstkind op aarde ervaren. Dit wordt naar oud gebruik gevierd in de nacht van 24 op 25 december: de Stille Nacht. Kerstmis is het verhaal zoals dat verteld wordt in het evangelie van Lucas.


terug naar boven

Twaalf heilige nachten

Na de kerstnacht van 24 op 25 december beginnen de twaalf heilige nachten. Ze verbinden het oude jaar met het nieuwe en het kerstfeest met het feest van Driekoningen. Traditioneel werd aan deze heilige nachten een bijzondere betekenis toegekend. Eeuwenlang werden in de boerenhuizen in de Alpen de stallen en schuren uitgerookt met wierook of brandende jeneverbestakken, om de boerderij te zuiveren van ‘kwade krachten’ die zich daar hadden verzameld in het afgelopen jaar. Ook werd veel betekenis toegekend aan bijzondere dromen en ontmoetingen in deze periode. Zij zouden iets kunnen zeggen over wat ons in het nieuwe jaar te wachten stond. Ook nu kunnen we de twaalf heilige nachten zien als een periode van rust en bezinning, om terug te kijken op het jaar dat achter ons ligt en innerlijke kracht te verzamelen om optimistisch aan een nieuw jaar te beginnen. Tegenwoordig is het vaak de gewoonte dit te beperken tot oudejaarsavond, wanneer we goede voornemens maken, toosten op een voorspoedig Nieuwjaar en het oude jaar ‘wegknallen’ met vuurwerk.


terug naar boven

Driekoningen

Het verhaal van de wijzen uit het oosten, ofwel driekoningen, is afkomstig uit het evangelie van Mattheus. Drie koningen zien een bijzondere ster: de aankondiging van de geboorte van een nieuwe koning. Ze gaan de ster achterna en nemen ook een cadeau mee voor Jezus: Melchior schenkt het goud dat symbool is voor wijsheid, Balthasar schenkt wierook, symbool voor het gebed en Caspar schenkt mirre, symbool voor onsterfelijkheid. Er zijn nog meer betekenissen voor deze drie gaven. De dag van Driekoningen, 6 Januari, is ook de dag dat Johannes de Doper dertig jaar later Jezus doopte. De neerdalende duif is het beeld dat gebruikt wordt voor deze gebeurtenis. In Oost Europa is 6 januari de datum voor het kerstfeest.

Zo vieren we Kerstmis en Driekoningen bij ons op school...
In de adventtijd spelen de kleuters het kerstspel in de klas, steeds met wisselende rollen. Juf vertelt het verhaal, de kinderen maken de bewegingen, spreken de versjes en zingen de liedjes. Vlak voor de kerstvakantie komen de ouders in de klas naar het spel kijken. Er wordt speciaal voor de kleuters en hun ouders ook een kerstspel gespeeld door volwassenen.

De onderbouw heeft met elkaar een kerstmaaltijd in de klas en er is een kerstviering in de zaal waar verhalen worden verteld en samen wordt gezongen. Het lerarenteam speelt voor alle kinderen en ouders van de onderbouw het Oberufer Kerstspel, een honderden jaren oud kerstspel dat vroeger in de openlucht werd gespeeld. Het Oberufer kerstspel is onderdeel van een drieluik van spelen: Het Paradijsspel, Het Kerstspel en het Driekoningenspel. Ook het Paradijs- en Driekoningenspel wordt in sommige jaren op onze school gespeeld. Soms gaan klassen ook op bezoek bij een andere vrijeschool om één van deze spelen te zien. In de kleuterklas en de lagere klassen van de onderbouw wordt het Driekoningenspel ook door de kinderen in de klas gespeeld en aan de ouders getoond.

terug naar boven

Maria Lichtmis

De twee maal veertig dagen rond Kerstmis worden in- en uitgeluid met twee lichtfeesten. Veertig dagen voor Kerstmis brengen we met Sint Maarten bij de avondschemering het licht van buiten naar binnen. Veertig dagen na Kerstmis, brengen we voor het laatste lichtfeest, Maria Lichtmis, bij het ochtendgloren het licht van binnen naar buiten. De oorsprong van dit feest stamt uit voorchristelijke culturen. Daar waren rituelen en gebruiken gangbaar om de aardemoeder in het vroege voorjaar te reinigen voor haar nieuwe bevruchting. Zo werden godinnenbeelden of vrouwengestalten voor een rituele reiniging naar het water gedragen en ondergedompeld om vervolgens het land te zegenen. In de geschiedenis van alle na-Atlantische culturen zijn deze godinnen-, vrouwen- en Moeder Aardegestalten terug te vinden. Bij de Christenen ging de verering van de godinnen over in het eren van Maria. Zij werd daardoor een verinnelijking van het eerbetoon aan de moeder van het aardeleven, draagster van de aardekracht. In de periode rond Maria Lichtmis begint de aarde aan haar nieuwe levenscyclus. Dieren komen uit hun winterslaap, bijen verlaten voor het eerst na de winter de korven, de mensen houden voorjaarsschoonmaak en uit het zaad in de grond vertonen zich de eerste kiemen.

Zo vieren we Maria Lichtmis bij ons op school...
Dit feest vieren we alleen in de kleuterklassen. Daar worden de kaarsresten van de lichtfeesten verzameld en omgesmolten. Er zijn drijfkaarsjes in de klas. De kinderen brengen in de ochtend het kaarslicht naar buiten. Hierna worden de beelden en attributen van de wintertijd opgeruimd en begint de tijd van Moeder Aarde.


terug naar boven

Carnaval

Het Carnavalsfeest is één van de oudste feesten van de mensheid: Het zijn oorspronkelijk oeroude inwijdingsrituelen bij de overgang van de winter naar het voorjaar. In oude tradities maakten de mensen maskers om de krachten te verdrijven die de kiemen zouden weerhouden in het voorjaar te ontspruiten. Mensen trokken verkleed en met veel lawaai rond om deze slechte krachten uit hun leefomgeving te verdrijven en de weg vrij te maken voor het nieuwe leven, de vruchtbaarheid. De oudste maskers die gevonden zijn, zijn dierenmaskers die stammen uit ca. 10.000 jaar voor Christus. De herkomst van carnavalswagens is terug te vinden in de Germaanse mythologie met het symbool van een schip. Later in de tijd, kreeg het Carnavalsfeest een plaats in de Christelijke cultuur, waarbij allerlei elementen uit de oude rituelen werden meegenomen. Carnaval werd het feest op weg naar de opstanding van Christus met Pasen; Een inleidingsfeest tot een periode van zelfreflectie, waarin de mens zijn ziel reinigt. Dit krijgt vorm in het vasten dat na Carnaval begint.

Zo vieren we het Carnavalsfeest bij ons op school...
In de kleuterklassen vieren de kinderen Carnaval rond het thema Moeder Aarde. De kinderen komen naar school verkleed als kabouters, bloemenkinderen, wortelkinderen of kleine diertjes. In de klas worden spelletjes gedaan en liedjes gezongen. Er is ook een hindernisbaan in de zaal waar de kinderen gaan klimmen en klauteren. De klas is prachtig versierd en er zijn zelfgemaakte nonnenvotten; kleine oliebolletjes die traditioneel tijdens het Carnavalsfeest worden gegeten.  

In de onderbouw komen ook alle kinderen verkleed naar school. Iedere klas heeft zijn eigen thema. In de eerste klas zijn dat sprookjesfiguren, in de tweede fabelfiguren, in de derde klas circusartiesten, in de vierde goden en vikingen uit de Edda, in de vijfde klas het thema restaurant en in de zesde klas grote, zelfgemaakte hoeden. De school krijgt voor één dag een andere naam en is versierd met mooie zelfgemaakte slingers. Op het schoolplein wordt de dag geopend met muziek. Er zijn allerlei activiteiten in de zaal; zang, dans en circus. De vijfde klas heeft een restaurant waar de andere klassen komen eten.


terug naar boven

Palmpasen

Oorspronkelijk was Palmpasen een oud vruchtbaarheidsfeest. Het werd gevierd in het voorjaar bij de herleving en opstanding van de natuur. Pas in de Christelijke tijd is er de opstanding van Christus mee verbonden. We noemen de zondag vóór pasen Palmzondag. Het is tevens de eerste dag van de Goede Week. Het is de dag, die ons herinnert aan de intocht van Jezus van Nazareth in Jeruzalem. Veel mensen waren naar de stad getrokken om er het Joodse Pachafeest te vieren. Ze hadden gehoord over de vele wonderen die Jezus had verricht en kwamen hem nu jubelend tegemoet om hem als de lang verwachtte koning binnen te halen. Zij sneden palmtakken van de bomen en legden die op de weg.

Palmpasen is de tegenpool van het Sint Maartenfeest. De kinderen dragen palmpasenstokken versierd met allerlei symbolen van opstanding en nieuw leven. Met Palmpasen maken we de palmpaasstok die staat voor de levensboom. Het symbool van de groei- en levenskrachten van de mens en de drager van de geest. De haan bovenop de stok is de verkondiger van de nieuwe dag. De vruchten (krenten/rozijnen) die we aan de stok hangen zijn de symbolen van de dragers van het nieuwe leven (het 'zaad').

Zo vieren we Palmpasen bij ons op school...

De kleuters en de lagere klassen van de onderbouw maken in de klas een palmpasenstok. Hiervoor worden onder andere broodjes gebakken in de klas en wordt gedroogd fruit geregen. Op of rond de palmzondag lopen de kinderen de palmpasenoptocht. Na de wandeling is er een picknick samen met de ouders.

 


terug naar boven

Pasen

Het woord Pasen is afgeleid van 'Passah' dat dansen, springen, huppelen betekent in het syrisch-arabisch. Het drukt de blijdschap uit over het licht, want de zon heeft de winter en de duisternis overwonnen. 21 Maart is de dag dat de lente begint. Vanaf nu zijn de dagen langer dan de nachten. Het is buiten zichtbaar; de vogels bouwen hun nestjes, de bomen en struiken lopen uit, de natuur vernieuwt zich wederom. Het wachten is nog op de volle maan, want de eerste zondag na deze volle maan is het Pasen. In de Christelijke traditie wordt de opstanding van Christus gevierd, 's morgens vroeg op Paaszondag, toen de zon opging, is Hij voor de mensheid opgestaan uit de dood. Zoals ook de natuur in het voorjaar weer opstaat, een nieuwe inwerking van het licht binnen de oude schepping.

Het Paasei

Het gebruik om met Pasen eieren te rapen is met andere vroege riten verweven. In de scheppingsverhalen van verschillende volkeren komen we het ei tegen. De Finse scheppingsmythologie kent een gouden ei dat in twee helften uiteenvalt. Uit de schalen ontstaan hemel en aarde en de gele dooier begint als een zon te stralen. Bij de Egyptenaren was volgens een oude natuurmythe de eerste god uit een ei ontstaan. In de voorstelling die de Grieken hadden over het ontstaan van de wereld legde de grote godin en oermoeder Nyx een zilveren ei. Hieruit kwam een god tevoorschijn met gouden vleugels: Eros, de god van de liefde, de eerstgeborene. Het ei symboliseert de kiem van hoop op een nieuw leven. Het Christendom heeft het sterke volksgeloof in de krachten van het ei overgenomen, maar dan wel gekoppeld aan de viering van de opstanding van Christus. Dat verklaart de associatie tussen eieren en Pasen in de volkscultuur.

Zo vieren we het Paasfeest bij ons op school...

De kleuters en de lagere klassen van de onderbouw zoeken eieren op de hei. Er is een paasviering in de zaal op school waarbij liederen worden gezongen en verhalen worden verteld. In de derde klas, waarin onder andere de vertelstof over de geschiedenis van het Joodse volk aan bod komt, vieren de kinderen ook het Joodse Paasfeest met een Pesachmaaltijd in de klas.

 


terug naar boven

Pinksteren

Vijftig dagen na Pasen en tien dagen na Hemelvaart vieren we het Pinksterfeest. Het Griekse 'Pentecostes' betekent de 50ste dag, en van dit woord is de naam Pinksteren afgeleid. Pinksteren werd ook wel Bloeifeest of Bloemenpasen genoemd en is van oorsprong een vruchtbaarheidsfeest. Er is in de meimaand een overvloed aan bloemen en bloesems die bevrucht moeten worden, zodat de plant straks vrucht zal dragen. De christenen namen deze feestdag over om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen te gedenken. Men ging de gaven in de natuur beleven als een gave van Gods scheppende geest. Mei- en minneliederen werden geestelijke liederen, waarin Christus werd bezongen als de bruidegom van de ziel. In de Middeleeuwen werd Pinksteren het uitbundigst gevierd. De mensen kozen een zogenaamde Pinksterblom of bruid, het mooiste meisje uit het dorp, dat in het middelpunt stond van het drie dagen durende feest, vaak vergezeld door een Pinksterbruidegom. Zo liep het bruidspaar onder een bontgekleurde papieren kroon. De kinderen, versierd met haarkransjes gingen zingend met het bruidspaar langs de deuren. De bruid werd omhangen met zoveel mogelijk sieraden en bloemen; hoe meer juwelen, hoe vruchtbaarder het jaar zou worden.

Zo vieren we het Pinksterfeest bij ons op school...

Tijdens het pinksterfeest dansen de kinderen om de meiboom. De boom met gekleurde linten staat op het plein. Alle kinderen komen in het wit gekleed naar school en krijgen een krans met rozen en linten. Alle klassen zingen en dansen voor elkaar en de ouders om de meiboom. De kleinste kinderen gaan in het rond en de grotere dansen prachtige vlechtwerken van de linten. In de klas is er een mooie pinkstertafel met bruidstaarten en twee kinderen zijn het Pinksterbruidspaar.

 


terug naar boven

Sint Jan

Het is midzomer: De zon heeft zijn hoogste punt bereikt, de zwaluwen roepen en de sappen stromen. Het Sint Janskruid bloeit en Sint Jan is in aantocht. Op 24 juni, de naamdag van Johannes de Doper, vieren we het Sint Jansfeest. Johannes de Doper heeft Jezus van Nazareth gedoopt in de Jordaan. Hij was de laatste profeet die voorbereidend heeft gewerkt voor de komst van Christus. In het leven van Johannes was het motief: "Hij moet groeien, ik moet afnemen". Op 24 juni is de zon net voorbij zijn hoogste punt en alweer aan het afnemen (zomerzonnewende). Johannes vraagt ons alle zomerse ervaringen in volste concentratie mee te nemen op de weg naar binnen, de inkeer naar de midwintertijd. 

Het gebruik om rond de zomerzonnewende vuur te maken, dateert uit heidense tijden. Deze offervuren waren bedoeld als reiniging; ze werden ontstoken om boze machten van de aarde te verjagen. Voor de mensen uit vroeger tijden gold, dat zij, buiten zichzelf geraakt door de Midzomerstemming, gemakkelijk in de macht konden raken van de elementenwezens (elfen), die graag hun plaagzieke spelletjes speelden met de mensen. Shakespeare beschrijft zoiets in zijn Midsummernightsdream. De mensen, die gevoelig waren voor het spel van de elementenwezens, schreven aan de Sint Jansnacht magische krachten toe. Ze meenden, dat het een geheimzinnige nacht vol toverij was. Aan bepaalde planten, geplukt in de Sint Jansnacht, schreef men ook een magische werking toe. Eén van die toverplanten is het Sint Janskruid.

Zo vieren we het Sint Jansfeest bij ons op school...

De kleuters vieren Sint Jan met een picknick en spellen op de heide, waar ze in prachtige bloemenkarren naar toe gaan. De met bloemen versierde karren staan ’s morgens klaar op het schoolplein. Voor iedere kleuterklas één. Alle kleuters hebben een bloemenkrans op en in iedere kar is een muzikant. Er wordt muziek gemaakt en liedjes gezongen en dan zwaaien de ouders de kinderen uit en gaan de bloemenkarren op weg naar de heide. Bij terugkomst van de karren vormen de kinderen van de onderbouw een haag en zingen welkomstliedjes voor de kleuters.

De onderbouw viert het Sint Jansfeest samen met de ouders in de avond op een plek in het veld of het bos. Er is een grote picknick, er worden liedjes gezonden en volksdansen gedaan. Dan wordt het Sint Jansvuur ontstoken en komt iedereen samen rond vuur. Er wordt een mooi verhaal verteld en dan mogen alle kinderen onder begeleiding van trommels de sprong maken over het vuur.


terug naar boven