Leerlingondersteuning

Volgsysteem
Leraren houden de voortgang van het leerproces van de leerlingen bij in Volglijn, een leerlingvolgsysteem speciaal voor vrijescholen. Leraren volgen de leerlingen in hun ontwikkeling in leren en gedrag door observaties, dictees, periodetoetsen, toetsen van de methode en twee keer per jaar Cito-volgsysteemtoetsen. Ook oudergesprekken en kindgesprekken maken deel uit van het volgproces. Aan de hand van al deze gegevens worden twee keer per jaar groepsplannen gemaakt. Globaal genomen worden de kinderen verdeeld in drie groepen: kinderen die gemiddelde begeleiding behoeven (grootste groep), kinderen die meer aandacht nodig hebben en kinderen die al veel zelfstandig kunnen. In de kleuterklassen wordt nog niet gewerkt met groepsplannen maar houden de leraren de vorderingen van kinderen bij in het volgsysteem en kan er tussentijds overleg zijn met de intern begeleider (IB’er) over ontwikkelingsvragen. Cito-volgsysteemtoetsen worden afgenomen vanaf de eerste klas (groep 3).
Tenminste tweemaal per jaar heeft de IB’er ondersteuningsoverleg met de klassenleraar en worden de leer- en (voor m.n. kleuters) ontwikkelingsresultaten van de hele groep bekeken. Tussentijds kan er ook overleg zijn als er bij individuele kinderen sprake is van ondersteuningsvragen op het gebied van het leren of het gedrag.

Ondersteuningsteam
Er is in de school een Ondersteuningsteam (OT) dat eenmaal per week bijeenkomt en dat kijkt naar ondersteuningsvragen van verschillende niveaus die op dat moment spelen. Het OT wordt gevormd door de één van de schoolleiders, de intern begeleiders, de remedial teacher(s), de kunstzinnig therapeute (op verzoek) en een klassenleraar. Leraren kunnen bijvoorbeeld de hulp van het Ondersteuningsteam vragen als zich bij een kind vragen voordoen waar de leraar in de klas niet zelfstandig antwoord op kan geven. De klassenleraar van een kind sluit waar mogelijk aan bij het overleg als de eigen leerling wordt besproken.
Drie keer per jaar heeft het OT overleg met het ZAT, het regionale Zorgadviesteam. Het Zorgadviesteam bestaat uit een GGD-arts, een leerplichtambtenaar en een maatschappelijk werker.

Samenwerkingsverband
Op het moment dat een ondersteuningsvraag van een leerling niet binnen onze school kan worden beantwoord, kunnen we hulp inroepen van het (zorg)samenwerkingsverband. Onze school is onderdeel van het samenwerkingsverband Unita. Op het moment dat hulp via het samenwerkingsverband wordt ingeroepen, vult de IB’er samen met de leraar en de ouders van de leerling een groeidocument in over de leerling. Het samenwerkingsverband wijst dan een trajectbegeleider aan die met alle betrokkenen in overleg gaat (dat overleg heet MDO-overleg, wat staat voor multidisciplinair overleg). De ondersteuning die vervolgens via het samenwerkingsverband geboden wordt, kan invulling krijgen op onze school, of soms (deels) buiten onze school, in bijvoorbeeld een speciale reken-, taal- of plusklas. Als nodig, kan er een verwijzing komen naar een speciaal (basis)onderwijs.

Protocollen
Onze school werkt met een dyslexieprotcol, een pestprotocol en een veiligheidsprotocol.

Pedagogische vergadering
Het lerarenteam komt eenmaal per week bij elkaar voor de pedagogische vergadering. Tijdens deze vergadering vindt intervisie, uitwisseling en studie/verdieping plaats. Ook worden er tijdens de pedagogische vergaderingen periodiek klassenbesprekingen en kinderbesprekingen gehouden. De pedagogische vergadering is het pedagogische hart van de school. Het moment in iedere week waarop de leraren elkaar ontmoeten en er gelegenheid is om uit te wisselen over lopende zaken. De pedagogische vergadering is zeker ook onderdeel van de ondersteuningsstructuur binnen de school omdat de leraren elkaar tijdens deze vergaderingen ook raadplegen over leer- en ontwikkelingsvragen die ze waarnemen in hun klas of bij individuele kinderen. 

Rapportage en toetsen
De voortgang van het leerproces van de kleuters bespreekt de kleuterleraar met de ouders tijdens de oudergesprekken. Er is in de kleuterklas nog geen sprake van een rapport. Aan het eind van de kleutertijd krijgt de kleuter van juf een getuigschriftje; een tekening met een spreuk. In klas 1 tot en met 5 is er rond de voorjaarsvakantie een tussenrapport met daarbij de uitslagen van de Cito-volgsysteemtoetsen. Aan het eind van ieder schooljaar is er vanaf klas 1 tot en met klas 6 een getuigschrift voor de ouders waarin een algemeen beeld wordt gegeven van het kind en een beschrijving van de voortgang in de verschillende periodes en vaklessen. Het kind krijgt van de leraar aan het eind van ieder schooljaar een getuigschrift in de vorm van een beeld en een spreuk. Naar aanleiding van de rapporten en getuigschriften vinden oudergesprekken plaats. Vanaf ongeveer klas 4/5 sluiten kinderen soms aan bij deze gesprekken.
Voor de verplichte eindtoets bij de overgang naar het voortgezet onderwijs heeft onze school gekozen voor de IEP-toets. 

Intern begeleiders
Onze school heeft twee intern begeleiders (IB’ers) die zorgdragen voor het ondersteuningsproces in het algemeen.

Remedial teaching
Op onze school is voor twee dagen per week een remedial teacher (RT’er) werkzaam. In overleg met de IB’ers geeft zij leerlingen extra hulp. Op onze school kan dat gedurende 20 weken op de schoolloopbaan. Is er sprake van dyslexie dan maximaal 24 weken.

 


terug naar boven

Kunstzinnige therapie

Onze school heeft een kunstzinnig therapeute in het team. Zij verzorgt op school individuele begeleiding van kinderen die dit nodig hebben. Deze individuele begeleiding vindt plaats gedurende een periode van 8 weken, eenmaal per week. Meer informatie over begeleiding door de kunstzinnige therapeute is hier te lezen. Ook neemt de kunstzinnig therapeute op vraag zitting in het ondersteuningsteam en levert ze een bijdrage aan het ondersteuningsproces in de school. Wekelijks is zij aanwezig bij de pedagogische vergadering.


terug naar boven